ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over korting en terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit vroegere werkzaamheden
Appellant was sinds 1968 leraar en viel in 1987 definitief uit wegens ziekte. Vanaf 1996 ontving hij een WAO-uitkering. Het UWV paste in 2004 korting toe op zijn uitkering vanwege inkomsten uit arbeid in 1999-2001 en vorderde een bedrag terug. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de inkomsten voortkwamen uit werkzaamheden die hij vóór zijn arbeidsongeschiktheid had verricht, zoals het schrijven van boeken en lesmethodes.
De rechtbank verklaarde het beroep grotendeels ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de vergoeding voor deze vroegere werkzaamheden niet als inkomsten uit arbeid mocht worden gezien. De Raad constateerde dat het UWV geen gedegen onderzoek had gedaan naar deze stelling en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid.
Daarom vernietigde de Raad de besluiten van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV opnieuw moet beslissen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen met inachtneming van de overwegingen van de Raad.