ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens belemmering arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt sinds 18 februari 2003 een bijstandsuitkering. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de uitkering per 1 november 2004 met 20% verlaagd voor twee maanden, omdat appellant door zijn houding en opstelling niet in aanmerking kwam voor een baan als call-center medewerker.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het College verklaarde dit ongegrond en verdubbelde de sanctieperiode vanwege de ernst van de gedraging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant zijn verplichtingen tot arbeidsinschakeling onvoldoende is nagekomen, mede gelet op zijn presentatie bij het uitzendbureau Unique en de aard van het traject bij bureau Hudson. De Raad acht de verdubbeling van de sanctieperiode gerechtvaardigd gezien de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden.
Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met een verdubbeling van de sanctieperiode wordt bevestigd.