ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 28 oktober 1996 arbeidsongeschikt was en een WAO-uitkering ontving, werd per 1 april 2005 herbeoordeeld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Na deze herbeoordeling werd haar uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15%.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen dit besluit gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische beperkingen waren onderschat en dat de functies die haar waren toegeschreven niet passend waren. Tevens verzocht zij om het inschakelen van een deskundige omdat haar behandelaars geen verklaring wilden afgeven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsartsen van het Uwv. De Raad vond dat appellante haar stellingen onvoldoende medisch had onderbouwd en dat het niet verkrijgen van een verklaring van haar behandelaars niet tot een ander oordeel leidde. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat de voorgestelde functies haar mogelijkheden overschreden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 1 april 2005 wegens een juiste vaststelling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.