ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten voorafgaand aan intrekking WAO-uitkering
Appellante kreeg een WW-uitkering toegekend met ingang van 1 april 2005, nadat haar WAO-uitkering werd ingetrokken wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) legde een korting van 20% gedurende 16 weken op haar WW-uitkering omdat zij vóór 1 april 2005 geen sollicitatieactiviteiten had ontplooid, terwijl zij daartoe verplicht was op grond van artikel 24 van Pro de Werkloosheidswet (WW).
Appellante voerde aan dat zij niet wist dat zij al vóór 1 april 2005 moest solliciteren, omdat de informatie van de arbeidsdeskundige op 16 december 2004 onduidelijk was en zij pas vanaf 1 april 2005 aan de sollicitatieplicht dacht te moeten voldoen. De Raad overwoog echter dat uit het gesprek met de arbeidsdeskundige, de aanzegbrief van 31 januari 2005 en de aanvraagformulieren van 2 maart 2005 duidelijk bleek dat de sollicitatieplicht direct inging vanaf 16 december 2004.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat appellante haar sollicitatieplicht niet is nagekomen en dat het Uwv terecht een korting op de uitkering heeft opgelegd. Van verminderde verwijtbaarheid was geen sprake. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens het niet tijdig starten met sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.