ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemeld bezit auto en overschrijding vermogensgrens
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van een heronderzoek ontstond het vermoeden dat betrokkene beschikte over een auto, wat niet was gemeld. Het Team Fraudebestrijding stelde vast dat de auto op naam van betrokkene stond en dat hij deze gebruikte, waardoor het vermoeden bestond dat de auto tot zijn vermogen behoorde.
Appellant, de gemeente Tilburg, trok de bijstand over de periode van 28 maart 2002 tot en met 2 september 2002 in en vorderde de kosten terug, omdat betrokkene een groter vermogen had dan de vrijgestelde vermogensgrens. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende was vastgesteld dat de auto tot het vermogen van betrokkene behoorde en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: het kenteken stond op naam van betrokkene, hij betaalde de motorrijtuigenbelasting en verzekering, en gebruikte de auto exclusief. Betrokkene slaagde er niet in te bewijzen dat de auto slechts in bruikleen was. De Raad concludeert dat de auto tot het vermogen behoorde, dat de vermogensgrens werd overschreden, en dat betrokkene zijn inlichtingenplicht schond.
De Raad bevestigt dat appellant bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen volgens het geldende beleid, dat binnen redelijke beleidsgrenzen valt. Betrokkene bracht geen dringende redenen aan om hiervan af te wijken. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.