ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onverbindendheid maximering urenomvang maatman in Schattingsbesluit 2004
Betrokkene, werkzaam als internationaal vrachtwagenchauffeur, ontvangt sinds 9 september 2002 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, trok de uitkering per 13 maart 2005 in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Dit besluit was mede gebaseerd op de maximering van de urenomvang van de maatman zoals geregeld in artikel 9 en Pro 10 van het Schattingsbesluit 2004.
De rechtbank Breda oordeelde dat deze regeling onverbindend is omdat het beginsel van feitelijke inkomstenderving wordt verlaten. Betrokkene steunde dit oordeel. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit standpunt en wijst het beroep van appellant af. De Raad verwijst naar een gelijktijdige uitspraak (06/2920 WAO) voor de motivering.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 644,-, en bepaalt een griffierecht van € 428,-. Het besluit van 17 augustus 2005 wordt vernietigd en het besluit van 17 januari 2005 herroepen, met herziening van de uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd.