ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit maximering urenomvang maatman in WAZ-uitkering
Appellant, een zelfstandig melkveehouder die meer dan 38 uur per week werkt, ontving sinds 1 juli 2002 een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Het UWV trok deze uitkering per 16 augustus 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou zijn. Dit besluit was mede gebaseerd op het Schattingsbesluit 2004, dat de urenomvang van de maatman maximeert op 38 uur per week bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij het Schattingsbesluit onverkort werd toegepast. In hoger beroep stelde appellant dat deze maximering onverbindend is omdat het afwijkt van het beginsel van feitelijke inkomstenderving. De Centrale Raad van Beroep deelt dit oordeel en oordeelt dat de artikelen 9 en 10 van het Schattingsbesluit 2004, voor zover zij het beginsel van feitelijke inkomstenderving verlaten, niet verbindend zijn.
De Raad benadrukt de samenhang tussen de AAW, WAO en WAZ en wijst erop dat het niet relevant is of het besluit op de WAZ of WAO is gebaseerd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 13 september 2005 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens onverenigbaarheid van het Schattingsbesluit 2004 met het beginsel van feitelijke inkomstenderving.