ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning verhuiskostenvergoeding voor woningaanpassing wegens beperkingen door gedragsstoornis
Betrokkenen wonen in een appartement op de vierde verdieping met twee kinderen, waarvan Amir ernstige gedragsstoornissen heeft. Amir verbleef aanvankelijk in AWBZ-instellingen, maar kon daar niet langer blijven vanwege onvoldoende toezicht. Daarom is een persoonsgebonden budget toegekend en is een tweede woning op de begane grond gehuurd voor Amir.
De gemeente weigerde een verhuiskostenvergoeding omdat Amir formeel in een AWBZ-instelling verbleef. De rechtbank oordeelde echter dat de ouderlijke woning ongeschikt was vanwege woontechnische kenmerken die direct verband hielden met de beperkingen van Amir, zoals de ligging op de vierde verdieping en onvoldoende ruimte.
De Raad bevestigt dat Amir ten tijde van het besluit niet in een AWBZ-instelling woonde, maar bij zijn ouders, en dat er een medische noodzaak voor verhuizing bestaat. De Raad stelt dat de beperkingen direct verband houden met de woontechnische kenmerken van de woning en dat de weigering van de vergoeding onterecht was. De Raad kent daarom een verhuiskostenvergoeding toe van € 2.949,57 en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Verhuiskostenvergoeding van € 2.949,57 toegekend wegens ongeschiktheid van de woning voor het gehandicapte kind.