ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt weigering WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek naar verwijtbaarheid werkloosheid
Appellante was als thuiswerkster in dienst bij een werkgever en viel uit wegens rugklachten. Haar echtgenoot, eveneens thuiswerker, overleed. De arbeidsovereenkomst van appellante werd ontbonden op verzoek van de werkgever. Het UWV weigerde een WW-uitkering omdat appellante verwijtbaar werkloos zou zijn geworden, onder meer omdat zij niet meewerkte aan reïntegratie en instemde met ontslag zonder geldige reden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van haar kon worden gevergd. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omstandigheden waaronder het dienstverband eindigde.
De Raad stelde vast dat appellante en haar overleden echtgenoot samen aan één eindproduct werkten, ieder met een eigen deeltaak. Na het overlijden eiste de werkgever dat appellante het volledige werk alleen zou doen, wat zij niet kon vanwege haar fysieke en psychische toestand. Het UWV had nagelaten de werkgever hierover te bevragen, waardoor niet kon worden vastgesteld of de bezwaren van appellante reëel waren.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek door het UWV en het UWV moet een nieuw besluit nemen.