ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na bedreiging collega
Appellant was werkzaam als buurtbeheerder en werd op 1 februari 2005 ontslagen na een incident op 16 november 2004 waarbij hij een collega met de dood zou hebben bedreigd. Het UWV kende appellant een WW-uitkering toe, maar verlaagde deze met 35% gedurende 26 weken wegens verwijtbare werkloosheid. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet verwijtbaar werkloos was geworden. De Raad oordeelde dat onvoldoende bewijs was voor het meerdere malen niet verschijnen bij de Arbo-arts en het te laat komen, maar dat de overige gedragingen, waaronder het incident met de bedreiging, voldoende waren vastgesteld. De Raad vond het besluit van het UWV op een deugdelijke grondslag rusten.
De Raad bevestigde de toepassing van de relevante artikelen uit de Werkloosheidswet en concludeerde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van appellant. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.