ECLI:NL:CRVB:2007:BA0023

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-2689 ZFW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het instellen van hoger beroep. De Raad heeft het verzet behandeld, waarbij noch appellant noch de tegenpartij zijn verschenen.

De Raad overweegt dat de aangevallen uitspraak op 22 maart 2006 per aangetekende brief aan de gemachtigde van appellant is verzonden. De gemachtigde voerde aan dat de verzenddatum onduidelijk was en dat hij de datum verkeerd had gelezen, maar dit verweer wordt verworpen omdat de verzenddatum duidelijk is vastgesteld.

De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het verzet ongegrond. Hiermee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

06/2689 ZFW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 20 maart 2006, 05/3024 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de onderlinge waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars groep Zorgverzekeraar, gevestigd te Tilburg (hierna: CZ)
Datum uitspraak: 21 februari 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel
21 van de Beroepswet van 9 augustus 2006 heeft de Raad het namens appellant door
mr. R.L.J.J. Vereijken, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, tegen de aangevallen uitspraak ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 9 augustus 2006 heeft de gemachtigde namens appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 14 februari 2007, waar appellant en CZ - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De aangevallen uitspraak is op 22 maart 2006 verzonden en het hoger-beroepschrift op
8 mei 2006.
De uitspraak van de Raad van 9 augustus 2006 berust hierop, dat aldus de termijn voor het instellen van hoger beroep is overschreden en dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is.
In verzet heeft de gemachtigde herhaald dat de onder de aangevallen uitspraak gestempelde verzenddatum niet goed leesbaar was en dat hij als gevolg daarvan heeft gelezen “27” in plaats van “22” maart 2006.
Het verzet treft geen doel. De aangevallen uitspraak is aan de gemachtigde verzonden bij aangetekende brief van 22 maart 2006, zodat daaruit de verzenddatum zonder meer blijkt. Niet valt in te zien hoe de gemachtigde desondanks heeft kunnen menen dat de aangevallen uitspraak eerst op 27 maart 2006 zou zijn verzonden.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons als voorzitter en R.M. van Male en H.J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Polderman-Eelderink als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2007.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) A.H. Polderman-Eelderink.