ECLI:NL:CRVB:2007:BA0173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens te late indiening in sociale zekerheidszaak
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv dat hij vanaf 6 december 2004 geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij niet langer arbeidsongeschikt wordt geacht.
Het bezwaar werd door het Uwv niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat de indiener verantwoordelijk is voor tijdige indiening en de bewijslast bij hem ligt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de bewijslast ten onrechte bij hem lag, omdat hij geen ontvangstbevestiging had en de ontvanger zich niets kon herinneren. De Raad oordeelde echter dat het bezwaarschrift niet tijdig was ontvangen en dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd voor tijdige indiening.
De Raad stelde vast dat de termijn voor bezwaar liep van 9 tot 22 december 2004, maar het bezwaarschrift pas op 23 december 2004 werd ontvangen. Appellant had de mogelijkheid om het bezwaar aangetekend te versturen om bewijs van tijdige verzending te verkrijgen, maar had dit niet gedaan.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waardoor het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het hoger beroep wordt afgewezen.