ECLI:NL:CRVB:2007:BA0197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vertraging bij toekenning lening en borgstelling; schadevergoeding afgewezen wegens ontbreken reële schade
Appellant diende op 24 september 1999 een aanvraag in voor een lening van f 60.000,-- en borgstelling bij het UWV op grond van de Wet REA. Het UWV besloot op 10 juli 2000 tot toekenning van een lening van f 25.000,-- en een borgstelling van f 45.000,--, waarbij de lening pas op 27 april 2000 werd betaald, ruim na de wettelijke beslistermijn van 24 december 1999.
Appellant maakte bezwaar tegen de gedeeltelijke toekenning en de vertraging, en verzocht om schadevergoeding wegens het te laat beslissen. Het UWV handhaafde het besluit en wees de schadevergoeding af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV de wettelijke rente over de vertraging in betaling van de lening had moeten vergoeden, maar dat appellant geen aannemelijk bewijs heeft geleverd van daadwerkelijke schade door de late borgstelling.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de schadevergoeding wegens de leningbetaling betreft en beveelt het UWV opnieuw te beslissen. Het verzoek om vergoeding van kosten van bezwaarbehandeling wordt afgewezen. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd voor zover de schadevergoeding wegens vertraging in betaling van de lening is afgewezen en het UWV moet opnieuw beslissen.