ECLI:NL:CRVB:2007:BA0198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens onduidelijkheid medische beperkingen en winstverdeling
Appellant, een zelfstandig hotelhouder, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering op basis van een berekening van het verlies aan verdienvermogen en een medische beoordeling die functies als geschikt achtte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep overwoog de Raad dat nieuwe medische informatie over een ernstige aandoening (keelkanker) na de datum in geding was overgelegd, waardoor niet kon worden vastgesteld of de juiste beperkingen waren meegenomen. Daarnaast ontbrak een nadere motivering van het UWV over de geschiktheid van functies, met name gezien de eis dat appellant geregeld moest kunnen vertreden.
Ook werd de berekening van het verlies aan verdienvermogen door de arbeidsdeskundige betwist vanwege een onjuiste toepassing van het Schattingsbesluit in combinatie met een urenbeperking. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit.
Het UWV werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.