ECLI:NL:CRVB:2007:BA0459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsintrekking na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1997 arbeidsongeschikt was vanwege onder meer maagklachten, kreeg in 1998 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een onderzoek in 2003 door het Uwv werd geconcludeerd dat zij geschikt was voor haar eigen werkzaamheden en andere functies zonder inkomensverlies, wat leidde tot intrekking van haar uitkering per december 2003.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) werd aangepast en enkele functies vervielen, maar de mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder de 15%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank wees het beroep af, stellende dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en er geen nieuwe informatie was die tot een ander oordeel leidde.
In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten over verslechterde gezondheid, taalachterstand en geringe opleiding, en betoogde dat het gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onjuist was toegepast. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was verricht, rekening was gehouden met haar beperkingen, en dat het bestreden besluit niet in strijd was met eerdere jurisprudentie. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van appellante.