ECLI:NL:CRVB:2007:BA0576

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-7108 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting belastbaarheid appellant

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de herziening van zijn WAO-uitkering van volledig naar 55-65% per 20 april 2004, omdat hij meent dat zijn klachten zijn toegenomen en het onderzoek naar zijn beperkingen niet zorgvuldig is verricht. Hij verwijst onder meer naar een medisch schrijven van internist dr. J.W. Mulder en het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten.

De Raad neemt de feiten over uit de eerdere uitspraak en beoordeelt dat aan appellant voldoende passende functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn voorgehouden binnen zijn vastgestelde belastbaarheid. De rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige ondersteunt dat appellant in staat is de werkzaamheden te verrichten.

Het beroep op het Besluit eenmalige herbeoordelingen faalt omdat dit besluit op de datum in geschil nog niet van kracht was. De Raad acht het verzekeringsgeneeskundig onderzoek deugdelijk en concludeert dat de belastbaarheid juist is vastgesteld, mede gelet op de Functionele Mogelijkheden Lijst en de urenbeperking van 20 uur per week.

Het medisch schrijven van Mulder biedt geen aanknopingspunten voor het standpunt van appellant dat hij niet tot arbeid in staat zou zijn, mede omdat het niet op de relevante datum ziet en de WAO-criteria uit het oog verliest.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

04/7108 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 november 2004, 04/719 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 9 maart 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.D. van de Roemer, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv was niet vertegenwoordigd.
II. OVERWEGINGEN
De Raad neemt als vaststaand aan de feiten en omstandigheden die als zodanig zijn vermeld in de aangevallen uitspraak.
Appellant heeft zich niet met het ongegrond verklaren van zijn beroep kunnen verenigen en heeft in hoger beroep - mede onder verwijzing naar de gronden van het beroep in eerste aanleg - aangevoerd dat het onbegrijpelijk is dat hij sinds november 1997 een volledige WAO-uitkering heeft ontvangen en dat die uitkering per 20 april 2004 (de datum in geding) is herzien naar 55-65%, terwijl zijn klachten eerder zijn toegenomen dan afgenomen. Het onderzoek naar zijn beperkingen is niet zorgvuldig verricht en op de in geding zijnde datum had hij geen mogelijkheden zich fysiek en psychisch in te spannen. Appellant verwijst hierbij naar het schrijven van internist dr. J.W. Mulder van 28 augustus 2003. Tevens beroept appellant zich op het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten.
De Raad is van oordeel dat de gedingstukken geen grondslag bieden voor het standpunt van appellant dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek ondeugdelijk is. Evenmin heeft de Raad uit de voorhanden zijnde gegevens kunnen afleiden dat het Uwv de belastbaarheid van appellant onjuist heeft beoordeeld. De Raad overweegt hiertoe dat de verzekeringsarts de gedingstukken heeft bestudeerd en appellant heeft gezien en gesproken. Uit de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) blijkt dat er met de vastgestelde beperkingen van appellant rekening is gehouden. Tevens heeft de bezwaarverzekeringsarts de FML aangescherpt door een urenbeperking van 20 uur per week, verdeeld over 5 dagen, vast te stellen.
In het schrijven van Mulder acht de Raad evenmin aanknopingspunten gelegen voor het standpunt van appellant dat hij op de in geding zijnde datum niet tot het verrichten van arbeid in staat was. Mulder heeft weliswaar geschreven dat het hem niet reëel lijkt om van iemand met appellants leeftijd en met een dergelijke voorgeschiedenis te verwachten dat hij na zeven jaar weer kan deelnemen aan het arbeidsproces, maar de internist verliest bij deze stelling de criteria van de WAO uit het oog. Bovendien heeft het schrijven van Mulder geen betrekking op de hier in geding zijnde datum.
Voorts is de Raad van oordeel dat aan appellant voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen zijn voorgehouden die vallen binnen de vastgestelde belastbaarheid van appellant en die de conclusie rechtvaardigen dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid terecht is vastgesteld op 55-65%. Het Uwv heeft met de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 9 maart 2005 nogmaals en wederom voldoende gemotiveerd dat appellant in staat moet worden geacht de werkzaamheden verbonden aan de geselecteerde functies te verrichten.
Het beroep van appellant op het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten treft evenmin doel, reeds omdat dit Besluit op de datum hier in geding nog niet in werking was getreden.
Uit het bovenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard als voorzitter en J. Brand en J.P.M. Zeijen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2007.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.