ECLI:NL:CRVB:2007:BA0719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid door arbeidsconflict en niet zwangerschap
Appellante, werkzaam als taxichauffeur, viel op 26 juli 2002 uit wegens overspannenheid en vroeg ziekengeld aan. Medisch onderzoek concludeerde dat haar arbeidsongeschiktheid voortkwam uit stressgerelateerde klachten en niet uit zwangerschap. Het UWV weigerde ziekengeld omdat appellante aanspraak kon maken op loondoorbetaling.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische stukken onvoldoende steun boden voor het verband tussen zwangerschap en arbeidsongeschiktheid. Zowel de bedrijfsarts als de bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat de uitval primair te wijten was aan een arbeidsconflict, waarbij appellante bovendien op het moment van uitval niet op de hoogte was van haar zwangerschap.
Appellante voerde aan dat twijfel over het oorzakelijk verband in haar voordeel moest worden uitgelegd, maar dit verweer werd verworpen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.