ECLI:NL:CRVB:2007:BA0722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing belastbaarheid
Appellante meldde zich ziek in oktober 1999 met klachten aan haar rechterpols en -hand, gevolgd door psychische klachten. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, na onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die beperkingen en geschikte functies vaststelden.
In bezwaar en beroep voerde appellante aanvullende klachten aan, waaronder nek-, schouder- en rugklachten. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderzochten deze, maar handhaafden het belastbaarheidsprofiel en de geschiktheid van functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV onvoldoende heeft aangetoond dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante passen, met name vanwege overschrijdingen in zitduur en tijdsdruk. Ook de recente medische gegevens zijn niet voldoende meegenomen. Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar, waarbij ook aandacht moet zijn voor eventuele schadevergoeding.
De Raad veroordeelt het UWV tevens in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met aandacht voor schadevergoeding.