ECLI:NL:CRVB:2007:BA0913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering ondanks faillissement werkgever
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering van een onverschuldigd teveel betaalde WAO-uitkering over de periode van 1 augustus 2000 tot en met 31 oktober 2001. Deze uitkering was krachtens een machtiging rechtstreeks aan zijn toenmalige werkgever betaald. Nadat de werkgever failliet ging en weigerde terug te betalen, vorderde het UWV het bedrag terug van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Het hoger beroep richtte zich alleen tegen het ongegrond verklaren van het beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de uitkering, ondanks de betaling aan de werkgever, geacht moet worden aan appellant te zijn betaald. De terugvordering is wettelijk toegestaan tenzij onaanvaardbare gevolgen voor appellant kunnen worden aangetoond, wat hier niet het geval was.
Appellants argumenten dat hij niet op de hoogte was van de doorbetaling aan de werkgever en dat het UWV geen jaaropgaven stuurde, werden verworpen. Omdat appellant het bedrag inmiddels heeft terugbetaald, is er geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering aan appellant.