ECLI:NL:CRVB:2007:BA0919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks betwisting appellant
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de herziening en terugvordering van zijn WAO-uitkering op 18 maart 2005 bevestigde. De rechtbank had geoordeeld dat het besluit tot herziening rechtsgeldig was en dat terugvordering alleen kan worden afgezien bij dringende redenen, die in deze zaak niet aanwezig zijn.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen herzieningsbeslissing was genomen, dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en dat hij niet verplicht kon worden bezwaar te maken tegen elke onduidelijke beschikking. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van 18 maart 2005 voldoende duidelijk was en dat het onzorgvuldig handelen van het UWV geen dringende reden vormt om af te zien van terugvordering.
De Raad benadrukte dat de wettelijke verplichting tot terugvordering, neergelegd in artikel 57 van Pro de WAO, alleen kan worden doorbroken bij dringende redenen die samenhangen met de gevolgen van de terugvordering, niet met de oorzaak daarvan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.