ECLI:NL:CRVB:2007:BA0927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding kosten rechtsbijstand bij bezwaar tegen terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om de terugvordering van onverschuldigd betaalde arbeidsongeschiktheidsuitkering over de periode van 1 januari 1998 tot 1 oktober 1998 te handhaven. Het geschil betrof de vraag of het UWV de kosten van rechtsbijstand die appellant maakte tijdens de bezwaarprocedure moest vergoeden.
Appellant voerde aan dat het UWV fouten had gemaakt die hem dwongen hoge advocaatkosten te maken, en dat deze kosten vergoed moesten worden. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant het besluit op bezwaar niet inhoudelijk had bestreden en dat uit de stukken niet bleek dat appellant vooraf om vergoeding van de kosten had verzocht.
Op grond van artikel 7:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is vergoeding van kosten tijdens bezwaar alleen verplicht indien het besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan toe te rekenen onrechtmatigheid en indien vooraf om vergoeding is verzocht. Omdat het besluit niet was herroepen en geen verzoek tot vergoeding was gedaan, was er geen grond voor vergoeding. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV niet gehouden is tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand bij bezwaar tegen terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering.