ECLI:NL:CRVB:2007:BA1108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over AAW-uitkering en maatmanloon bij zelfstandige arbeidsongeschiktheid
Appellant, een zelfstandig pianostemmer, ontving vanaf 1992 een gedeeltelijke AAW-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV had besluiten genomen over de mate van arbeidsongeschiktheid en de korting op de uitkering vanwege inkomsten uit arbeid. De rechtbank verklaarde eerdere beroepen ongegrond, maar vernietigde de besluiten over de korting wegens onjuiste maatmanloonbepaling.
Na diverse besluiten en bezwaarprocedures stelde de Centrale Raad vast dat de bezwaarafhandeling door het UWV in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht en dat onduidelijkheid bestond over de aard van de besluiten. De Raad vernietigde daarom de eerdere uitspraken en besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het primaire besluit over de uitkeringshoogte.
De Raad oordeelde dat het maatmanloon correct was vastgesteld volgens de geldende regelgeving en dat de inkomsten van appellant inderdaad onevenredig hoog waren ten opzichte van zijn arbeidsongeschiktheidsklasse. De bezwaarprocedure tegen een brief van het UWV werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van rechtsgevolg.
Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de besluiten van het UWV over de AAW-uitkering en maatmanloon, handhaaft de rechtsgevolgen van het primaire besluit en veroordeelt het UWV tot proceskostenvergoeding.