ECLI:NL:CRVB:2002:AF4352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- P.G.M. Zwartkruis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AAW-uitkering op grond van artikel 33 wegens onvoldoende duurzame inkomsten uit arbeid
Appellant, een zelfstandig rozenkweker, ontving een AAW-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Gedaagde stelde de uitkering over 1997 op nihil omdat de inkomsten uit arbeid onvoldoende duurzaam en representatief werden geacht, op grond van artikel 33 van Pro de AAW. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat artikel 33 niet Pro alleen van toepassing is bij onzekerheid over de duurzaamheid van verrichte arbeid, maar ook bij twijfel over de duurzaamheid van de omvang van de inkomsten uit arbeid. De Raad verwierp het verweer van appellant dat de toepassing van artikel 33 geen Pro grondslag had, en benadrukte dat de methode van actualisatie van het maatmaninkomen door gedaagde niet onjuist was.
Verder stelde de Raad dat het verschil in vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid tussen artikel 5 en Pro artikel 33 AAW Pro gerechtvaardigd is en geen ongerechtvaardigd onderscheid oplevert. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de AAW-uitkering over 1997 wordt bevestigd.