ECLI:NL:CRVB:2007:BA1209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en vermogenstoets
Appellanten ontvingen bijstand, maar hadden op 1 januari 2003 een gezamenlijk vermogen van € 20.142,-- verdeeld over vier bankrekeningen, wat boven de toepasselijke vermogensgrens lag. De gemeente Utrecht stelde na onderzoek vast dat appellanten niet alle bankrekeningen hadden opgegeven, waardoor de bijstand onterecht werd verleend.
Het College van burgemeester en wethouders besloot de bijstand over de periode van 1 januari 2003 tot en met 21 november 2003 in te trekken en de gemaakte kosten terug te vorderen. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een deels onjuiste wettelijke grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellanten gingen in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad oordeelde dat het College terecht het volledige saldo van de bankrekening had betrokken bij de vermogenstoets, ondanks de stelling van appellanten dat het tegoed geleend was van de moeder. De Raad stelde dat de lening geen daadwerkelijke terugbetalingsverplichting inhield en dat het tegoed daarom tot het vermogen behoort. De Raad bevestigde dat de intrekking en terugvordering terecht waren en dat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand had gelaten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van de kosten worden bevestigd.