ECLI:NL:CRVB:2007:BA1477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant was in dienst bij een vervoerscoöperatie en werd arbeidsongeschikt verklaard. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en overleg met behandelend specialisten werd vastgesteld dat appellant vanaf 7 juni 2004 weer geschikt was voor zijn werk. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij nog steeds klachten had die arbeid belemmerden.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde na onderzoek en overleg met specialisten dat de klachten niet tot arbeidsongeschiktheid leidden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en er geen objectieve beperkingen waren die arbeid onmogelijk maakten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Een arbeidsdeskundig rapport bevestigde dat appellant geen continue beeldschermwerk verrichtte en voldoende bewegingsvrijheid had. De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering omdat hij niet langer wegens ziekte ongeschikt is voor zijn arbeid.