ECLI:NL:CRVB:2007:BA1924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-werkelijk woonachtig op opgegeven adres
Appellante diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 8 juni 2005, waarbij zij verklaarde een kamer te huren op een specifiek adres. Naar aanleiding hiervan bracht het College een huisbezoek op 6 oktober 2005, waaruit bleek dat appellante geen sleutel had, geen eigen kamer of matras bezat en nauwelijks persoonlijke bezittingen kon tonen.
Het College wees de aanvraag op 14 oktober 2005 af en verklaarde het bezwaar hiertegen op 30 november 2005 ongegrond, omdat appellante door onjuiste opgave van haar woonadres de inlichtingenplicht had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, stellende dat de gedingstukken en het huisbezoek een toereikende grondslag vormden om te concluderen dat appellante niet daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was de afwijzing terecht. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres.