ECLI:NL:CRVB:2007:BA1944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO met instandhouding rechtsgevolgen en toekenning proceskosten
Appellant maakte bezwaar tegen een door het UWV genomen herzieningsbesluit waarbij zijn WAO-uitkering werd verlaagd naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek en de beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en op juiste medische gronden waren gebaseerd. De Raad constateerde echter dat het schattingsbesluit onvoldoende transparant en toetsbaar was vanwege summiere notities bij de functiebelasting. Het UWV leverde in hoger beroep een nadere motivering aan, die de Raad toereikend achtte.
De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege de gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden herzieningsbesluit wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.