ECLI:NL:CRVB:2007:BA2093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel bij weigering ziekengeld
Appellant, werkzaam als medewerker stortplaats grofvuil, meldde zich ziek met hoofdpijnklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na het bereiken van de wachttijd weigerde het UWV hem een WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij naar het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts geschikt was voor eigen werk of andere functies. Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de bezwaararts boven dat van de behandelend psychiater heeft gesteld.
De Raad constateerde dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde en dat het geschil zich toespitst op de vraag of appellant op 12 april 2004 ongeschikt was voor zijn werk. De bezwaarverzekeringsarts en de behandelend psychiater verschilden van mening over de reïntegratiemogelijkheden. De Raad oordeelde dat het UWV in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld door het advies van de bezwaararts te volgen zonder een onafhankelijk psychiater te raadplegen, zoals voorgeschreven in de Standaard Onderzoeksmethoden bij psychische stoornissen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om het ziekengeld te weigeren wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.