ECLI:NL:CRVB:2007:BA2096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig zelfstandig schipper, kreeg in 1995 een WAZ-uitkering toegekend na een bedrijfsongeval en de ontwikkeling van een stressstoornis en chronische vermoeidheid. In het kader van een herbeoordeling concludeerde het UWV dat appellant ondanks beperkingen door ziekte of gebrek in staat is om arbeid te verrichten binnen geselecteerde functies, waardoor zijn uitkering per 13 januari 2004 werd ingetrokken.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn vermoeidheidsklachten onvoldoende werden erkend en dat hij meer beperkt was dan het UWV aannam. Diverse medische rapporten, waaronder van psychiaters en specialisten, werden overgelegd, maar de rechtbank Leeuwarden oordeelde dat deze onvoldoende geobjectiveerd waren en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en bracht een aanvullend rapport in. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld en dat hij in staat wordt geacht de geselecteerde functies uit te oefenen. De Raad vond geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en benadrukte dat het rapport van appellant niet voldeed aan de wettelijke maatstaven voor vaststelling van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.