ECLI:NL:CRVB:2007:BA2351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over WAO-arbeidsongeschiktheid na deskundigenonderzoek
Betrokkene, werkzaam als wasserijmedewerkster, viel in februari 2001 uit wegens psychische klachten. Het UWV concludeerde in 2002 dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg en wees een WAO-uitkering af. Betrokkene maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank benoemde een deskundige psychiater die concludeerde dat betrokkene meer arbeidsbeperkingen had dan het UWV aannam, met een maximale belastbaarheid van 50%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het UWV. Het UWV betwistte in hoger beroep de conclusies van de deskundige, met name over de invloed van medicatiewijzigingen.
De Centrale Raad van Beroep liet de deskundige alsnog reageren, die zijn eerdere conclusies handhaafde en benadrukte dat de medicatiewijziging niet leidde tot verslechtering maar een nog steeds ernstig depressief beeld weerspiegelde. De Raad volgde de deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene recht heeft op een WAO-uitkering wegens ernstige depressieve klachten en arbeidsbeperkingen.