ECLI:NL:CRVB:2007:BA2391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen vanaf 1996 bijstand volgens de Abw, met een verlaging vanwege inwonende kinderen. Het College schortte in 2002 het recht op bijstand op en trok deze later in, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het College vroeg nadere financiële gegevens, waarop appellanten verklaringen en bankafschriften overlegden, maar geen voldoende bewijs van de geldleningen en aflossingen.
De Raad oordeelde dat appellanten tekortschoten in de inlichtingenplicht, waardoor niet kon worden vastgesteld of recht op bijstand bestond over de periode mei 2002 tot februari 2003. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen gehandhaafd; de Raad bevestigde dit oordeel. De Raad wees erop dat de WWB sinds 2004 van toepassing is, maar de Abw-inlichtingenplicht bleef gelden voor de relevante periode.
Appellanten voerden aan dat de intrekking onrechtmatig was, maar de Raad verwierp dit. Het niet nakomen van de inlichtingenplicht leidde tot onterechte bijstandsverlening, waardoor het College bevoegd was tot intrekking. De Raad zag geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit te wijzigen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht.