ECLI:NL:CRVB:2007:BA2397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na auto-ongeval
Appellante, die sinds 1 september 2000 een WAO-uitkering ontving wegens nek-, schouder- en rugklachten na een auto-ongeval in 1996, kreeg deze uitkering ingetrokken per 18 december 2000 omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Zij was tussen december 2000 en december 2001 in dienst als administratief medewerkster, maar meldde zich ziek in februari 2001. Het UWV weigerde haar uitkering en verklaarde haar bezwaren ongegrond.
De rechtbank Dordrecht oordeelde dat de medische rapportages van verzekeringsartsen zorgvuldig en inhoudelijk consistent waren en dat de door appellante ingebrachte rapporten onvoldoende overtuigend waren om het oordeel te wijzigen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees het hoger beroep af. De Raad verwees naar een aanvullende rapportage van een bezwaarverzekeringsarts die stelde dat de uitval niet aantoont dat een urenbeperking noodzakelijk is, mede vanwege gedragsaspecten.
De Raad concludeerde dat de beperkingen in de belasting van de nekregio adequaat waren meegenomen en dat de medische onderbouwing van het UWV standhield. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.