ECLI:NL:CRVB:2007:BA2790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging besluiten UWV inzake WAO-uitkering en proceskostenveroordeling
Appellant, arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en rugklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend die later werd verlaagd door het UWV op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek.
Appellant stelde bezwaar tegen deze verlaging en tegen de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering na vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het eerste besluit wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het tweede besluit wordt bevestigd omdat geen toename van beperkingen is vastgesteld.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 11 april 2007.
Uitkomst: Het eerste besluit van het UWV wordt vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen, het tweede besluit wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.