ECLI:NL:CRVB:2007:BA2791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-nakoming geldleningverplichtingen
Appellant diende op 5 februari 2003 een aanvraag om bijstand in en ontving op basis van een rentecertificaat een lening van het College van burgemeester en wethouders van Groningen. Na afloop van het rentecertificaat wijzigde het College de bijstand met terugwerkende kracht in een niet-lening en vorderde het de eerder verleende lening terug wegens het niet nakomen van verplichtingen.
Appellant voerde aan dat bij de vermogensberekening geen rekening was gehouden met zijn schulden, maar dit werd door het College en de rechtbank verworpen omdat appellant geen schulden had aangetoond. De Centrale Raad oordeelt dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB, omdat appellant niet binnen de gestelde termijn het bedrag had terugbetaald.
Het beleid van het College om altijd tot terugvordering over te gaan, tenzij het bedrag lager is dan €113 per jaar of er sprake is van bijzondere omstandigheden, wordt door de Raad als redelijk beoordeeld. Appellant heeft geen uitzonderlijke omstandigheden aangevoerd die afwijking van het beleid rechtvaardigen. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €4.284,91 bijstand wegens niet-nakoming van de leningverplichtingen.