ECLI:NL:CRVB:2007:BA2796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstand wegens wijziging woonplaats
Appellant ontving bijstand over de periode van oktober 1998 tot oktober 2003. Het College herzag de bijstand en vorderde terugbetaling over de periode van april 2000 tot oktober 2003, omdat appellant niet in de gemeente Terneuzen zou hebben verbleven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de toepassing van de Algemene bijstandswet (Abw) betrof en vernietigde het besluit van 12 mei 2005. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het College het besluit onterecht baseerde op de Abw terwijl de Wet werk en bijstand (WWB) van toepassing was, die discretionaire bevoegdheden kent.
De Raad verklaarde het beroep tegen het besluit van 12 mei 2005 niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang en oordeelde dat appellant zijn woonplaats had gewijzigd naar een andere gemeente, waardoor hij geen recht meer had op bijstand van het College. Tevens werd vastgesteld dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen conform de WWB en de beleidsregels. Het beroep tegen het besluit van 20 maart 2006 werd ongegrond verklaard. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 12 mei 2005 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 20 maart 2006 wordt ongegrond verklaard.