ECLI:NL:CRVB:2007:BA2890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken medisch objectiveerbare arbeidsongeschiktheid
Appellante viel uit haar werk als beleidsmedewerkster ruimtelijke ordening na een fietsongeluk op 11 januari 2001. Het UWV weigerde haar per 14 januari 2002 een WAO-uitkering toe te kennen op basis van medische beoordelingen waarin geen medisch objectiveerbare beperkingen werden vastgesteld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens procedurele fouten maar liet de rechtsgevolgen in stand, stellende dat de medische rapporten geen indicatie gaven voor arbeidsongeschiktheid op de datum einde wachttijd. Appellante leverde aanvullend neuroloog- en psychologisch rapport, maar deze betroffen een latere periode en konden de conclusie niet wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht het besluit baseerde op medische beoordelingen die geen objectieve ziekte of gebrek vaststelden. Er was geen aanleiding voor een arbeidsdeskundig onderzoek. De Raad bevestigt daarom het aangevallen vonnis en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering per datum einde wachttijd wegens ontbreken van medisch objectiveerbare arbeidsongeschiktheid.