ECLI:NL:CRVB:2007:BA2957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep werkgever tegen WAO-schatting werknemer met gebruik CBBS
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering aan een werknemer vernietigde. De werknemer was sinds april 2002 ziek gemeld na een aanrijding met klachten als hoofdpijn en concentratieproblemen. Na een initiële afwijzing van de WAO-aanvraag werd bij besluit van 8 maart 2004 een uitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling juist was, maar vond de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende gemotiveerd, mede gelet op uitspraken van de Raad over het gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). In hoger beroep heeft de appellant nadere toelichtingen gegeven over de belastbaarheid van de werknemer en de geschiktheid van functies uit het CBBS, welke niet zijn weersproken door de werkgever.
De Raad concludeert dat de ontbrekende onderbouwing alsnog is gegeven en dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit gehandhaafd blijven. De opdracht tot het nemen van een nieuw besluit wordt vernietigd. De Raad ziet geen aanleiding tot het veroordelen van appellant in proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzitter Spaas en leden Van de Kerkhof en Dijt op 10 april 2007.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van de WAO-uitkering blijft in stand en de opdracht tot het nemen van een nieuw besluit wordt vernietigd.