ECLI:NL:CRVB:2007:BA3019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens meenemen van softdrugs tijdens internationale militaire oefening
Appellant, korporaal der eerste klasse bij de Koninklijke Landmacht, werd op 8 april 2003 aangehouden tijdens een militaire oefening in Polen met softdrugs in zijn bezit. Op grond van het drugsbeleid van de Koninklijke Landmacht, dat ontslag voorschrijft bij het meenemen van softdrugs buiten Nederland, werd appellant ontslagen wegens wangedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het om een minimale hoeveelheid softdrugs ging die per ongeluk was meegenomen, maar de Raad oordeelde dat appellant vanaf het moment van ontdekking in Duitsland bewust de drugs heeft vervoerd naar Polen. Dit maakte het niet opzettelijk meenemen niet aannemelijk.
De Raad constateerde geen ongerechtvaardigd verschil in beleid tussen krijgsmachtdelen en vond geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het ontslagbeleid zouden moeten leiden. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslagbesluit bevestigd.