ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag militair wegens ongerechtvaardigd verschillend beleid softdrugsgebruik
Appellant, militair bij de Koninklijke Landmacht, werd ontslagen wegens het gezamenlijk gebruik van softdrugs met andere militairen. Dit ontslag werd gehandhaafd door de staatssecretaris na bezwaar en door de rechtbank afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat het beleid van de Koninklijke Landmacht, dat onmiddellijk ontslag geeft bij dergelijk wangedrag, afweek van het mildere beleid bij andere krijgsmachtdelen, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel.
De Raad onderzocht de aangevoerde verschillen in beleid en concludeerde dat de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze verschillen gebaseerd waren op geobjectiveerde, relevante en functionele gronden. De argumenten van de staatssecretaris over verschillen in personeelsopbouw en woonplaats werden door appellant gemotiveerd bestreden en niet overtuigend onderbouwd.
De Raad oordeelde dat het bestreden ontslagbesluit in strijd is met het verbod van willekeur zoals neergelegd in artikel 3:4 Awb Pro. Het besluit en de daarop gebaseerde uitspraak van de rechtbank werden vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens wangedrag wordt vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur.