ECLI:NL:CRVB:2007:BA3026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling matiging terugvordering werkloosheidsuitkering onder BWOO
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van onverschuldigd betaalde werkloosheidsuitkeringen aan betrokkene op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO). De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, omdat zij vond dat appellant niet in redelijkheid tot een matiging van 50% over de periode vóór 12 oktober 1995 had kunnen komen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij op een verdedigbare wijze uitvoering had gegeven aan de nuancering van de mate van eigen onzorgvuldigheid en dat de rechtbank slechts had moeten toetsen of de belangenafweging redelijk was. De Raad beperkt het geschil tot de periode vóór 12 oktober 1995, aangezien de rechtbank reeds stellige beslissingen had genomen over de periode daarna.
De Raad overweegt dat artikel 21 BWOO Pro een bevoegdheid tot terugvordering geeft en dat appellant deze bevoegdheid niet onredelijk heeft uitgeoefend. De omstandigheden, waaronder het feit dat betrokkene wist dat zij na 18 april 1995 geen recht meer had op uitkering en dat appellant de ziekte-uitkering per die datum beëindigde, rechtvaardigen een matiging van 50%. De Raad acht de matiging passend en vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover aangevochten, verklaart het beroep van appellant gegrond en verklaart het beroep tegen het besluit van 28 januari 2004 ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 28 januari 2004 wordt ongegrond verklaard.