ECLI:NL:CRVB:2007:BA3159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college tot buiten behandeling laten van bijstandsaanvraag wegens onvoldoende gegevens
Appellant diende op 24 januari 2005 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering. Het college verzocht hem vervolgens om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften en rekeningoverzichten, binnen twee weken aan te leveren. Bij het uitblijven van deze gegevens besloot het college de aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
Appellant voerde aan dat hij door afhankelijkheid van derden niet tijdig alle gegevens kon aanleveren en dat hij telefonisch uitstel had verkregen. Dit werd niet bewezen. De Raad oordeelde dat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor een goede beoordeling van de aanvraag en dat appellant redelijkerwijs in staat moest zijn deze tijdig te overleggen.
De Raad concludeerde dat het college terecht van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt om de aanvraag buiten behandeling te laten en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag terecht buiten behandeling gelaten.