ECLI:NL:CRVB:2007:BA3269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving vanaf 11 november 2004 bijstand naast een WW-uitkering. Uit betaalspecificaties bleek dat appellant inkomsten uit arbeid had genoten zonder dit aan het College te melden. Het College trok daarom de bijstand met ingang van die datum in en vorderde de kosten van bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College daarom bevoegd was tot intrekking en terugvordering.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant niet volledig had geïnformeerd. Het beleid van het College om in dergelijke gevallen terug te vorderen werd als redelijk beoordeeld. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskosten af.
De beoordeling betrof de periode van 11 november 2004 tot en met 4 april 2005, conform het primaire intrekkingsbesluit.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 17 april 2007.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering van kosten worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.