ECLI:NL:CRVB:2007:BA3283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling en intrekking WAO-uitkering met toereikende arbeidskundige motivering
Appellant, werkzaam als pizzabakker, kreeg sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2003 werd de uitkering ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep betwist appellant de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit.
De Raad overweegt dat het UWV een redelijke termijn in acht heeft genomen bij het opvragen van medische informatie en dat het ontbreken van een rappel niet zwaarwegend is. De medische beoordeling, inclusief de Functionele Mogelijkheden Lijst, wordt als juist en volledig beschouwd. De arbeidskundige beoordeling met behulp van het CBBS-systeem is in beginsel aanvaardbaar, mits voorzien van een deugdelijke motivering.
In hoger beroep is door de bezwaararbeidsdeskundige een uitgebreide nadere motivering gegeven die de Raad toereikend acht. Hoewel het bestreden besluit formeel vernietigd wordt wegens strijd met de Awb, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.