ECLI:NL:CRVB:2007:BA3407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende motivering en onduidelijkheid over inlichtingenverplichting
Appellant diende op 1 april 2004 een aanvraag in voor bijstand als alleenstaande. Het College Amsterdam trok de bijstand in en wees later de aanvraag af op grond van vermeende schending van de inlichtingenverplichting, omdat een vrouw en kinderen bij appellant zouden verblijven.
De Raad oordeelt dat het bewijs hiervoor onvoldoende is, mede omdat niet vaststaat dat deze personen al op de aanvraagdatum aanwezig waren en het onderzoeksrapport niet aan de vereiste formele waarborgen voldoet. Ook is niet vastgesteld of en hoeveel bijstand ten onrechte is verstrekt.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigt deze uitspraak en het besluit van het College wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het schadeaspect betrokken moet worden. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het College tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.