ECLI:NL:CRVB:2007:BA3588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens herstel arbeidsvermogen appellant
Appellant, werkzaam als spoeler in drieploegendienst, viel uit met buikklachten en ontving een WAO-uitkering die later werd verhoogd. Vervolgens werd de uitkering ingetrokken omdat hij weer in staat werd geacht zijn eigen maatgevende arbeid voltijds te verrichten of geschikte functies te vervullen. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek naar de beschikbaarheid van gelijkwaardige functies met gelijke beloning.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn fysieke en psychische beperkingen hem verhinderen enige arbeid te verrichten. De Raad verwijst naar uitgebreide medische rapportages die de beperkingen bevestigen maar niet zodanig zijn dat hij niet kan werken. Ook is onderzocht of soortgelijke arbeid met gelijke belasting en beloning beschikbaar is, wat werd bevestigd.
De Raad oordeelt dat het Uwv voldoende gemotiveerd heeft dat appellant voorheen verrichte arbeid en vergelijkbare functies beschikbaar zijn. De medische en arbeidskundige gronden voor intrekking van de uitkering houden stand. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nadere besluit van 20 januari 2005 ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.