ECLI:NL:CRVB:2007:BA3677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hardheidsclausule bij weigering vergoeding zittend ziekenvervoer
Appellant, lijdend aan diabetes met complicaties en hartklachten, vroeg vergoeding voor zittend ziekenvervoer naar ziekenhuizen op aanzienlijke afstand. Na invoering van een nieuwe regeling per 1 juni 2004 werd zijn aanvraag door CZ afgewezen omdat hij niet voldeed aan de criteria voor vergoeding en de hardheidsclausule.
Appellant maakte bezwaar, ondersteund door artsverklaringen, maar CZ handhaafde het besluit op basis van een beleidslijn die strikte criteria stelde voor toepassing van de hardheidsclausule. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het beleid van CZ als redelijk beschouwde.
De Centrale Raad oordeelde dat artikel 3 van Pro de regeling geen discretionaire bevoegdheid aan CZ geeft en dat de rechter het beleid volledig mag toetsen. Het beleid bleek te beperkt omdat het geen ruimte liet voor individuele omstandigheden buiten de vastgestelde criteria. Desondanks vond de Raad onvoldoende gronden om de hardheidsclausule toe te passen, mede gezien de financiële situatie van appellant en de frequentie van het vervoer.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad benadrukte dat bij toepassing van de hardheidsclausule alle relevante individuele omstandigheden moeten worden meegewogen, waaronder ziektelast, behandeling, duur, frequentie, afstand, mantelzorg, vervoersvorm, financiële draagkracht en gezondheidseffecten.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van vergoeding zittend ziekenvervoer bevestigd.