ECLI:NL:CRVB:2007:BA3881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatgevende arbeid bij tijdelijke uitbreiding arbeidsuren in WAO-uitkering
Appellante was administratief medewerkster met een dienstverband van 24 uur per week, tijdelijk uitgebreid naar 32 uur per week vanwege zwangerschapsverlof van een collega. Na een duikongeval werd zij arbeidsongeschikt verklaard en kreeg zij een WAO-uitkering toegekend op basis van een maatgevende arbeid van 24 uur per week.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke uitbreiding van de arbeidsduur niet als maatgevende arbeid kon worden beschouwd, omdat niet aannemelijk was dat appellante deze uren na de tijdelijke periode zou hebben voortgezet. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde de uitspraak.
De Raad stelde vast dat de uitgangspositie de normale arbeidsduur op het moment van arbeidsongeschiktheid is, tenzij met redelijke zekerheid kan worden aangenomen dat een afwijkend aantal uren zou zijn gewerkt. Appellante kon niet aantonen dat zij na de tijdelijke uitbreiding van 32 uur per week daadwerkelijk een hogere arbeidsduur zou hebben gehad.
De Raad concludeerde dat de maatgevende arbeid 24 uur per week bedraagt en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatgevende arbeid wordt vastgesteld op 24 uur per week en het hoger beroep wordt afgewezen.