ECLI:NL:CRVB:2007:BA4047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.G. Rottier
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding in hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering werd verlaagd van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens hoger beroep trok het UWV het herzieningsbesluit in en handhaafde de oorspronkelijke uitkeringsgraad. Het UWV vergoedde een deel van de proceskosten, maar weigerde vergoeding voor kosten van rapportages van Instituut Psychosofia en een medisch journaal.
De Raad overwoog dat het hoger beroep tegen het ingetrokken bezwaarbesluit niet-ontvankelijk is, maar dat het beroep mede gericht is tegen het nieuwe besluit. De Raad bevestigde dat kosten van Instituut Psychosofia niet voor vergoeding in aanmerking komen, maar dat de kosten van het medisch journaal wel als deskundigenkosten gelden en vergoed moeten worden.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. Hiermee is het geschil over de uitkeringsherziening feitelijk beëindigd, maar de proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bezwaarbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond, met toekenning van proceskostenvergoeding aan appellante.