ECLI:NL:CRVB:2007:BA4320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van hogere aflossingscapaciteit UWV op grond van Werkloosheidswet
Appellant was het niet eens met het besluit van het UWV om de maandelijkse aflossingscapaciteit voor een terugvordering van teveel betaalde WW- en WAO-uitkeringen te verhogen van €25 naar €286,51. Het geschil betrof de vraag of het UWV gebonden was aan het eerdere vastgestelde lagere bedrag en een vonnis van de voorzieningenrechter.
De Raad overwoog dat het eerdere aflossingsbedrag van €25 niet was gebaseerd op een overeenkomst, maar op een besluit van het UWV. Het UWV is bevoegd om op basis van nieuwe financiële gegevens het aflossingsbedrag te herzien. De Raad bevestigde dat het UWV de betalingstermijn mag aanpassen, ook als dit betekent dat appellant op het bestaansminimum moet leven, zonder dat dit een kennelijke hardheid oplevert.
Het vonnis van de voorzieningenrechter stond hieraan niet in de weg, aangezien daarin expliciet werd aangegeven dat toekomstige wijzigingen mogelijk zijn bij gewijzigde omstandigheden. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de aflossingscapaciteit te verhogen naar €286,51 per maand.