ECLI:NL:CRVB:2007:BA4332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WW-uitkering wegens niet-beschikbaarheid voor arbeidsmarkt
Appellante, werkzaam als huishoudelijk medewerkster voor acht uur per week, ontving een WAO-uitkering die per 19 februari 2003 werd ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Zij maakte bezwaar en ontving een voorschot op een WW-uitkering.
Na een reïntegratierapport van Salto Reïntegratie en nader onderzoek stelde het Uwv vast dat appellante niet meer dan acht uur per week kon werken en niet beschikbaar was voor de arbeidsmarkt. Dit leidde tot beëindiging van de WW-uitkering per 12 juli 2004. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante zich niet werkelijk beschikbaar stelde.
In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel. De telefonische en schriftelijke verklaringen van appellante tonen ondubbelzinnig aan dat zij zich niet beschikbaar stelde voor meer dan acht uur werk per week. Het feit dat zij nog ingeschreven stond als werkzoekende bij het CWI doet hieraan niet af. De Raad concludeert dat het Uwv terecht en op goede gronden de WW-uitkering heeft beëindigd en bekrachtigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellante is terecht per 12 juli 2004 beëindigd wegens niet-beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.